Poëzie op maandag (25 mei)

Het grappige voorleesboek Aan de kant, ik ben je oma niet! van Bette Westera vertelt over de bewoners van een verzorgingstehuis, die - en dat vergeten kinderen nog weleens - ook ooit jong zijn geweest en een heel leven achter zich hebben. Westera portretteert elk van de 12 bewoners in twee verzen: één over hoe hij of zij vroeger was en één over nu. Duidelijk wordt dat ze allemaal zo hun eigenaardigheden hebben, want een vos verliest misschien wel zijn haren, maar niet zijn streken. Zo slaapt meneer Van Dam, die vroeger dakloos was, niet in zijn bed maar tussen de violen. En mevrouw De Vries haalt gevaarlijke capriolen uit op de ladder omdat ze vroeger acrobate was.

 

Bette Westera kan als geen ander lichte en minder lichte thema’s voor peuters, kleuters en volwassenen verwoorden. Haar (prenten)boeken vallen regelmatig in de prijzen, waaronder een Gouden Griffel (voor Doodgewoon) en de Gouden Poëziemedaille.

 

Deze maandag het eerste gedicht, over mevrouw Verweerd zoals ze nu is. Volgende week deel 2, over haar leven voordat ze in het verzorgingstehuis kwam.

Mevrouw Verweerd - Net als toen | Bette Westera

Dit is mevrouw Verweerd.

Ze is geadopteerd.

Op zondag na de lunch, door Annabella en Jeroen.

Met slingers en met taart

en met een echte kaart.

De taart was zelfgebakken en de slingers waren groen.

Ze mogen haar nu oma noemen, wat ze dus ook doen.

 

Hun oma Van der Sloot

ging van de zomer dood.

Toen hadden Annabella en Jeroen geen oma meer.

En opa Van der Sloot

was ook al jaren dood.

In oma’s kamer woonde nu een lelijke meneer.

Dat was niet leuk. Daar moesten ze van huilen, telkens weer.

 

Toen kreeg Jeroen een plan.

‘Ik weet niet of het kan,

maar tegenwoordig kun je echt van alles adopteren.

Een boom, een koe, een aap,

een biologisch schaap.

Van alles, dus misschien ook wel mevrouwen en meneren.’

‘En oma’s,’ lachte Annabel. ‘We kunnen het proberen.’

 

Dus schreven ze een brief:

‘Twee kinderen – best lief –

van acht en negen willen graag een oma adopteren.

Bezoek: op zaterdag

(als het van mama mag).

Het moet een lieve oma zijn, met echte oma-kleren.

Ze hoeft geen man te hebben en ze mag ons eerst proberen.’

 

Toen heeft mevrouw Verweerd

meteen gereageerd.

Ze belde en ze zei dat ze hun oma wilde wezen.

Maar eerst proberen, nee,

dat was geen goed idee.

Een kleinkind was geen kwestie van: doe mij maar liever deze.

En dat ze slechte oren had, maar heel goed voor kon lezen.

 

Zo is het dus gegaan.

Ze hebben het gedaan.

‘Ze heeft geen oma-kleren, maar dat geeft niet,’ zegt Jeroen.

Ze drinken thee met taart

en spelen samen kaart.

Soms gaan ze in de supermarkt een boodschap met haar doen

en daarna leest ze sprookjes voor. Gezellig, net als toen.