Poëzie op maandag (29 juni)

Vandaag het tweede en laatste gedicht uit het boek Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt. Het gedicht van vorige week was speciaal voor meisjes; deze week dus een gedicht speciaal voor jongens – en dan vooral voor jongens die verliefd zijn op een meisje. Het boek is geschreven door Edward van de Vendel; de illustraties zijn van Martijn van der Linden.


Wat je moet doen als je verliefd bent op een meisje | Edward van de Vendel

Meisjes kicken op wriemeldiertjes, dat weet toch iedereen? 

vlooien, vliegen, mieren....Muggen in het algemeen. 

 

Dus je bouwt met wat ongeverfd hout een insectenhotel 

(klik voor instructies op knutsel.nl), 

 

een verblijfplaats, een huisje, een soort miniboerderij, 

voor de pottenbakkerswesp en voor de metselbij, 

 

met gangetjes en gaatjes waar die beestjes lekker zoemen, 

tot ze jou herkennen. Tot ze je naam kunnen noemen. 

 

 

En dan stuur je ze natuurlijk naar de oren van jouw lief 

en daar kruipen ze naar binnen voor een kriebelliefdesbrief. 

 

Zo krijg je verkering. 

Ze is meteen op jou. 

Werkt gegarandeerd. 

Niks te danken. 

Ciao. 

 

O, en als dat meisje wegrent 

(waar ik niet op reken), 

dan vergat je om te zeggen: 

'Verboden om te steken.’