Poëzie op maandag (20 april)

Wekelijks vind je hier een tip over een bijzonder gedicht of een dichtbundel waar we je graag op willen wijzen – omdat er zó veel moois te lezen is. Deze en andere (literatuur)tips delen we natuurlijk ook op onze Facebookpagina

 

Deze week brengen we poëzie in gesproken vorm bij je thuis – vanuit huis. Onze collega Marion Wiering leest het gedichtje ‘This varkentje’ voor uit ‘Ik juich voor jou’ van auteur en illustrator Wolf Erlbruch. Hij schreef en illustreerde talrijke boeken, waaronder zijn bekendste boek ‘over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft’ – en wie heeft daar nou niet met veel plezier uit (voor)gelezen. Erlbruch maakte ook sportillustraties voor een Kinderkamerkalender en Edward van de Vendel (schrijver, dichter, vertaler en bekend van onder ander ’Superguppie’) vond deze geweldig. Samen met Erlbruch maakte hij een poëziebloemlezing met illustraties, ‘Zoen me tot ik spin’. 

 

‘Ik juich voor jou’ gaat over sport; over sporters, de jury en over het publiek. Maar het gaat ook over nu, tenminste voor wie het in deze zin lezen wil: “Stel dat alle sporters - op een dag - op slag - stil blijven staan….” Uit dit boek het gedicht ‘This varkentje’. 

This varkentje | Wolf Erlbruch

‘There was this varkentje from Holland, 

and this varkentje had a dream. 

He wanted to be a turnkampioen, 

but zijn voetbalvarkentjesteam 

said: “ What? That is for what’s! 

You slingert alleen maar wat rond, 

and then do you zeker een badpakje aan 

and then everyone kijkt naar je kont.” 

“Ha ha ha ha ha ha ha,” 

ze lachten long en breed. 

But people, 

ze knorden wel different 

Toen varken zijn oefening deed. 

Want hij won dus a golden medaille. 

Zijn dream came hartstikke true. 

So I say to you: Beste childeren, 

if varken het kan, 

Why not you? 

I say: Blijf in jezelf believen. 

I say: The world will giggle misschien, 

but I say: Just follow the varkentje, 

let the world your kontje maar zien. 

Let varkentje be your voorbeeld! 

Let varkentje be your man! 

Oh, I say to you, 

heel mijn biggetjesland: 

You 

oinksolutely 

can!’