Prehistorisch vakmanschap

In het blog over de Prehistorische ambachtenmarkt las u al dat de vervaardiger(s) van de Prehistorische halsringen over veel vakmanschap beschikt moeten hebben. In dit blog leest u wat dit vakmanschap inhoudt. Welke stappen zijn er nodig om tot zo een halsring te komen.

Halsring met Barnstenen kraal

De halsring met de barnstenen kraal lijkt nog redelijk eenvoudig te maken: een staaf brons is vierkant gesmeed en vervolgens alsmaar om zijn as gedraaid, waardoor een gedraaide ribbel ontstaat. De smid op de ambachtenmarkt had al enkele goed lijkende proefstukken bij zich van deze halsring. In het origineel dat op dit moment te zien is in CODA Museum is de ribbel behoorlijk plat en voor een groot deel verdwenen. Of dit inderdaad door slijtage komt zoals we eerst dachten heeft al heel wat discussie opgeleverd. Dat is een mooi gevolg van het zeer nauwkeurig bekijken, dat nodig is om een replica te maken. Over mogelijke andere verklaringen van de afplatting en het dragen van de halsringen leest u meer in een volgende blog.

Het maken van de Wendelring

De Wendelring is zeer moeilijk om te maken. Dat blijkt goed uit de vele experimenten waarvan de Duitser Artur Pietzsch al in 1964 nauwkeurige verslagen heeft gepubliceerd in zijn boek: Zur Technik der Wendelringe. Uit al zijn proeven lijkt het het meest waarschijnlijk dat de Wendelring als volgt is gemaakt:

Stap 1: Het smeden van het brons

Een ronde staaf brons werd gegoten en vierkant gesmeed. Vervolgens werd de staaf in meerdere fasen uitgesmeed tot de doorsnede stervormig is en bovendien de uiteinden steeds smaller toelopen.

Fasen van het uitsmeden
Doorsnede van de bronzen staaf in de verschillende fasen van het uitsmeden

Het smeden van brons gebeurt anders dan bij ijzer onverhit. Door het hameren wordt het brons steeds harder en tegelijkertijd brosser. Die spanning kan er alleen uitgehaald worden door de staaf tussendoor volledig te verhitten in een houtskoolvuurtje. Dit wordt uitgloeien genoemd. Er is veel ervaring voor nodig om precies aan te voelen wanneer het brons verhit moet worden. Eén hamerslag te veel en het brons gaat scheuren.

Gesmede staaf voor en na torderen
Uitgesmede staaf voor en na het draaien
Draaien met drie tangen
Draaien met drie tangen

Stap 2: Het draaien van de Wendelring

Opnieuw veel kans op scheuren ontstaat bij het draaien van de stervormige staaf. Vooral omdat dat draaien ook nog eens in tegengestelde richtingen moet gebeuren. Aan die wisseling in draairichting ontleent de Wendelring zijn naam. Voor het draaien van de Wendelring werden drie tangen gebruikt waarvan de afdrukken nog zichtbaar zijn op de Wendelring in CODA Museum. Per draaiing moet het brons meerdere malen uitgegloeid worden. Voor alle stappen van de fabricage moest een smid het brons circa 50 keer verhitten.

Stap 3: Het buigen van de Wendelring

Tenslotte moest de smid de zes maal gedraaide staaf nog tot een halsring buigen. Het zal je maar gebeuren dat de halsring in deze laatste fase -na al dat werk- breekt. Het is vast niet voor niks dat brons meestal gegoten werd in plaats van gesmeed! Zoals ook de meeste voorwerpen in het onlangs gepresenteerde bronsdepot uit Noord-Holland, dat zo'n drie eeuwen ouder is dan de halsringen. Toch zijn er in Europa zo'n 1800 Wendelringen bekend uit meerdere eeuwen. Er waren dus heel wat smeden die het vakmanschap bezaten om een ingewikkelde Wendelring te maken. Veel van de gevonden halsringen zijn echter wel gebroken, gescheurd of gerepareerd.

Exacte replica’s

Een extra uitdaging voor 'onze' smid is dat hij de replica's dezelfde afmetingen wil geven als de originelen. Daarvoor zijn de precieze afmetingen en gewicht van groot belang. Bedenk maar eens wat een rekenwerk het is om te bepalen hoe lang en dik het uitgangsmateriaal moet zijn om tot een uitgesmede én gedraaide staaf van precies dezelfde afmetingen te komen.

Zodra de replica's klaar zijn kunnen we al de bovenstaande stappen ook in beeld laten zien. In de volgende blogs ook aandacht voor de vindplaats van de Uddelse halsringen, vergelijkbare vondsten, hoe ze zijn gebruikt en waarom ze mogelijk in het veen zijn achtergelaten.

Tekst: Janneke Zuyderwyk, Archeoloog gemeente Apeldoorn

Delen via:
Zoek in collecties