Voorleeshalfuurtjes
Speciaal voor kinderen van 4 tot 7 jaar wordt er elke woensdagmiddag voorgelezen van 15.30-16.00 uur.
Voorlezen is leuk én belangrijk! Tijdens de wekelijkse voorleeshalfuurtjes wordt zoveel mogelijk gekozen uit nieuwe boeken, maar ook de bekende en al wat oudere prentenboeken komen aan bod: mooie, leuke, stoere, lieve, spannende of grappige boeken. Hieronder kunt u zien over welk thema wordt voorgelezen.
U kunt met uw (klein)kind in alle CODA Bibliotheken gratis naar het voorleeshalfuurtje komen luisteren. Het is niet nodig om een CODA Pas te hebben.
Overigens is een abonnement bij CODA Bibliotheek voor kinderen tot 16 jaar gratis, dus ook voor baby’s, peuters en kleuters. In de bibliotheek haalt u hiermee voorleesboeken voor nop.
Voorleesthema's
8 februari
Op glad ijs
Heb je al geschaatst deze winter? Ging het goed of vond je het ijs veeeeel te glad? Ook in kinderboeken wordt geschaatst. De boze heks die het ijs op gaat of Robin, hij gaat met zijn ouders in het donker schaatsen.
15 februari
Rintje
In alle CODA Bibliotheken wordt in de voorjaarsvakantie de vertelvoorstelling over Rintje gespeeld. Tijdens de voorleeshalfuurtjes lezen we lekker voor uit Het grote Rintje voorleesboek. Rintje is een lief en eigenwijs hondje dat van alles meemaakt. Samen met zijn vriendjes Tobias en Henriëtte verzint hij de leukste spelletjes en is iedere dag een avontuur!
22 februari
Hoera, verkleden
Als het carnaval is zijn veel mensen verkleed, maar misschien verkleed jij je ook wel eens voor een feestje of als je gewoon lekker aan het spelen bent. Ga je dan als piraat of prinses? Of ben je soms een stoere brandweerman of een clown? Omdat we deze middag gaan voorlezen uit boeken die over verkleden gaan, mag je zelf ook verkleed komen. Carnaval is weliswaar voorbij, maar een feestje maken kan altijd!
29 februari
Het circus komt!
Er komt een optocht door de straat van Knofje. Een optocht met muziek! Knofje ziet een clown met een trommel voor zijn buik, en huppelende balletmeisjes. Een meneer met een hoge hoed roept: “Komt allen naar het circus. Komt dat zien, komt dat zien!”
Vanmiddag lezen we voor over het circus, dus roepen we luid: komt dat zien en komt dat horen!

