´Zwijnen Heintje´ op Het Loo

Een jachtopziener van het Kroondomein voedert de wilde zwijnen, ca. 1890-1900
Een jachtopziener van het Kroondomein voedert de wilde zwijnen, ca. 1890-1900

In de eeuwen dat de Veluwe nog wild en onherbergzaam was, waren de enigen die uit vrije wil de Veluwe opgingen, de jagers. Vanuit buitenverblijven aan de rand van de Veluwe trokken adellijke gezelschappen het gebied in, op jacht naar wild en gevogelte. Hun bekendste uitvalsbasis was Paleis Het Loo.

In de loop van de negentiende eeuw gingen de jagers anders naar de Veluwe kijken. Natuurlijk stond het schietplezier nog voorop, maar ze gingen zich ook bezighouden met natuur- en landschapsbeheer.

Prins Hendrik ‘Zwijnen Heintje’

Toen Prins Hendrik in 1901 als kersverse echtgenoot van Koningin Wilhelmina op Het Loo arriveerde, was het wild op de Veluwe er slecht aan toe. Sinds jaar en dag hadden jagers de mooiste en beste herten geschoten. Die leverden immers de mooiste trofeeën op. Hendrik bracht daar verandering in. Hij breidde het gebied aanzienlijk uit, liet bossen aanplanten en importeerde wild uit het buitenland. Mensen mopperden wel omdat de domeinen voor hen gesloten bleven en noemden Prins Hendrik gekscherend ´Zwijnen Heintje´. Maar ondanks het feit dat hij zelf menig zwijn en hert afschoot, was Hendriks beleid voor de wildstand en het bos een zegen.

Ironisch genoeg dankt de Veluwe zo veel van de elementen die het gebied nu nog bijzonder maken voor honderdduizenden toeristen, aan de elitaire eigengereidheid van schietgrage mannen als Prins Hendrik en Anton Kröller.

Delen via:
Zoek in collecties