#VodVE deel 1: Wandelen door wild en byster land

Pakweg 150 jaar en langer geleden maakte er nog niemand wandeltochten voor zijn plezier. Een van de eerste Nederlanders die dat wel deed was dominee Heldring. In 1841 liep hij over de Veluwe. Die zag er toen nog heel anders uit dan nu…

“Het was bijna onmogelijk tegen den ruw-waaienden zuidwesten-wind, die het opstuivende zand in het aangezicht geeselde, voort te dringen … Men behoeft waarlijk niet naar Afrika te reizen om zich een denkbeeld van zandwoestijnen te vormen.”

Zo beschreef dominee Ottho Gerhard Heldring in 1841 zijn wandeling van Beekbergen naar Hoenderloo. Heldring was een van de eersten die zich aangetrokken voelde tot de Veluwe. Hij wilde een kijkje nemen op een aantal ‘merkwaardige plaatsen’ waarover hij had horen vertellen, zoals het Uddelermeer en het Engelanderholt. Hij wilde er ook oude verhalen en sagen verzamelen.
En dus reisde Heldring, in hetzelfde jaar dat de Britse zendeling Livingstone zijn eerste expedities naar de Afrikaanse binnenlanden ondernam, naar het donkere hart van Nederland. Daar ‘ontdekte´ hij Hoenderloo, waar hij een waterput liet slaan, een kerk en een school oprichtte.
De Veluwe was ontdekt!

Topografische kaart van de provincie Gelderland 1866
Delen via:
Zoek in collecties