Crimineel archief (1749-1791)

Het Crimineel Archief van de Hoge en Vrije Heerlijkheid ’t Loo (1749-1791) wordt gedigitaliseerd. De Heerlijkheid bestond onder andere uit het huidige Apeldoorn, Beekbergen en Loenen. Spectaculaire misdaden komen niet voor in het archief, maar sommige vergrijpen vallen op en lichten we toe in deze blogserie. De straffen waren helder: meestal geseling, al dan niet met verbanning uit de Heerlijkheid. Een enkele keer moest men naar de gevangenis en daar werken voor de kost: water en brood.

Paleis het Loo (1703 - 1780)
Paleis het Loo (1703 - 1780) bekijk de grote foto in de beeldbank.

Een jonge dievegge

GEERTRUIJDT GERRITS HAVERCAMP, 13 jaar, uit de Buurschap Wijssel, werkt op het Loo. Ze bekent daar op 16 december 1749 enige stukjes van een verlakt toilet gestolen te hebben uit het Schildercabinet van de Princes Roijaal. Verder stal ze onder andere twee waskaarsen samen met een koperen en een tinnen kandelaar. Ze zei dat ze die van een Fransman had gekregen. Haar moeder, SOPHIA GERRITS, zette de kandelaars op de kast en bestrafte haar niet. De beklaagde wist zich telkens met leugens te behelpen en varieerde haar confessie steeds.

De veroordeling

Dit slecht gedrag is zeker strafbaar, maar de jonkheid van de gevangene vraagt om verschoning. Ze moet op de plaats der justitie door haar moeder strengelijk worden gegeseld. Moeder en dochter mogen “ooijt ofte ooijt” weder op het Loo komen. Aan het eind van de geseling hebben moeder en dochter op hun blote knieën zittende, de Heren van het Gericht bedankt voor de genadige straffe. (verbanning was een veel voorkomende straf bij diefstal!)

Snaphaan
Snaphaan van het model 'Charleville modèle 1766'

14–10-1788: De Apeldoornse kermis

BALTUS LANDAAL, dragonder, gelegerd in Breda, ZEGER RITBROEK, soldaat in Zutphen en JACOB RITBROEK, constapel in Geertruijdenberg hebben een verlofpas aangevraagd om thuis in Apeldoorn kermis te vieren.

In de herberg van JOCHEM REUPKES, waar het Matroosje uithangt, zoeken ze ruzie met de boeren. Ze hakken en houwen in het rond en drie boeren raken gewond. Die vluchten de herberg De Hollandsche Tuin van HENDRIK KETEL in. De militairen achtervolgen hen en slaan de ruiten in, zo hevig, dat de sponningen verbrijzeld worden. Als Ketel de ijselijke dreigementen hoort, steekt hij een snaphaan door een gebroken ruit en vuurt die af, waarbij hij een andere soldaat verwondt.

Veroordeling

Omdat Zijne Hoogheid hier resideert, behoort de rust gemainteneerd te worden. Een straf zou de delinquenten onnut maken voor de Militaire Dienst. Daarom moeten ze bestraft worden door hun regimenten. Het Gericht vertrouwt er op dat ze de eerstvolgende drie jaren geen Verlofpas zullen ontvangen naar deze Heerlijkheid.

Onder de 18 geen druppel

HENRICK van LILL, CHRISTIAAN GERRITS, JAN HARMS van MANEN, JAN EIJMBERTS, JAN en PETER HENDRIX KETEL, allen tussen de 9 en 15 jaar, hebben op zondag op straat lopen spelen met JACOB de HAAS. Die had geld bij zich, waarvan ze koeken en kruit hebben gekocht bij bakker Evert Anckersmidt en bij bakker Gerrit Jan Cluppel Corinteplasjes. Bij Abram Maas kochten ze 2 stoopjes brandewijn, een mengele bier en voor 1 stuiver jenever.

Met het kruit en een oude sleutel hebben ze de hele week geschoten in het campje van de dominee.

Jacob de Haas zei, dat hij het geld van zijn vader had gekregen, maar het blijkt dat hij op zondagavond 18 november 1753, toen ze naar catechisatie gingen, het geld uit de armenbus in de kerk had gehaald en verstopt, o.a. op het kerkhof.

Veroordeling

De Drost gebiedt vader Lambert de Haas zijn zoon streng te kastijden in het bijzijn van Schout en Noodschepenen. Om dit zonder ruchtbaarheid te laten geschieden, mag het in de avond, als het donker is.

Delen via:
Zoek in collecties